
de Volkskrant
6 juni 2015 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 6
 RONALD VELDHUIZEN
Wat werd onlangs beweerd? Onze rugwervels zijn niet ver genoeg van het apenstadium geëvolueerd. Wat zegt de zoutkorrelcheck? Als botten konden praten. 
En bedankt, evolutie. Het is allemaal leuk en aardig dat onze aapachtige voorouders rechtop zijn gaan lopen, maar eigenlijk is onze ruggengraat daarvoor niet zo geschikt. Als gevolg daarvan zitten wij nu opgescheept met rugklachten. Een schep boven op die constatering doet de Amerikaanse bottenexpert en archeoloog Mark Collard. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen met meer aapachtige rugwervels helemaal de pineut zijn. Met aapachtige wervels heb je, qua rechtop lopen dan, de slechtst aangepaste ruggengraat en daarom ervaar je eerder rugklachten. 

Klinkt best logisch eigenlijk. Of het klopt is een tweede. 

Collards studie is gratis te lezen in een online uitgave van BMC Evolutionary Biology. Hij vergeleek de losse ruggenwervels van 36 chimpansees, 15 orang-oetans en 71 mensen en zag dat mensenwervels die kleine misvormingen droegen, vormtechnisch het meest lijken op chimpanseewervels. 

Het knelpunt is dat de voormalige eigenaren van de licht misvormde mensenrugwervels niet meer kunnen vertellen of ze rugklachten hadden: ze zijn immers morsdood. De botten zelf zwijgen ook. Vooral hierom: de wervelmisvormingen waarnaar Collard keek, hebben niet zo veel met rugpijn te maken. Niet iedereen met rugpijn heeft ze, en wie ze wél heeft, krijgt niet altijd rugpijn, blijkt uit onderzoek in het European Spine Journal. 

Ook het verhaal van Collard rammelt, zegt Frietson Galis, evolutiebioloog bij Naturalis en de universiteit van Leiden. Rugklachten bij mensen hoef je helemaal niet toe te schrijven aan een te aapachtige rug, legt ze uit. Een simpelere verklaring is dat onze ruggengraat flexibel moet zijn om soepel te bewegen. We zijn daarom kwetsbaar voor stijfheid en vergroeiingen. Pas als de boel gaat vastzitten, krijgen we klachten. 

Die uitleg werkt goed, want je kunt ermee verklaren waarom andere diersoorten met een relatief flexibele rug óók rugklachten ervaren zodra de wervels aan bewegingsvrijheid inboeten: dat zie je bijvoorbeeld bij honden. Alleen zou niemand een slechte hondenrug te chimpanseeachtig noemen. Wel te stijf. 


